Submenu

Pioniersfase: brainstormen

Inleiding

  • Wat? Mogelijkheden bedenken voor het realiseren en concretiseren van je idee.
  • Waarom? Door samen nieuwe, concrete aanpakken bedenken voor je idee creëer je draagvlak voor het uitproberen van je idee.
  • Met wie? Met een groepje collega’s, eventueel schoolleider of leerlingen/ouders.

Het verhaal van twee pioniers: ‘Zoek het Uit’ van Lydia en Joyce

Ouders willen juffen en meesters die het maximale uit hun kinderen halen, die hun kinderen nieuwsgierig maken en die minstens zo goed thuis zijn in de nieuwe media als hun zoon of dochter. Winnaars van Onderwijs Pioniers 2013 Lydia Vonk en Joyce van der Hoorn (Scholen: De Fontein en Het Mozaïek in Alphen aan den Rijn) komen aan deze behoefte tegemoet met hun concept ‘Zoek het Uit’. Dit is hun verhaal.

Waarom Zoek Het Uit?

Tot 2013 vormden Het Mozaïek en De Fontein één school, met twee locaties en ongeveer negenhonderd leerlingen. Nu zijn het twee scholen, die beide deel uitmaken van scholengroep Scope. Dus ook al werken ze voortaan op verschillende scholen, Lydia Vonk en Joyce van der Hoorn zijn nog steeds collega’s. Joyce: “We leerden elkaar beter kennen in een werkgroep en hadden meteen een klik. We hadden aan een blik of een half woord genoeg om elkaar te begrijpen.’ Lydia: ‘In totaal werken op de beide locaties een kleine negentig leerkrachten. Het viel ons op dat veel van onze collega’s specifieke kennis of vaardigheden hebben. Het barst bij ons werkelijk van het talent! Om een voorbeeld te geven: de directeur van Het Mozaïek weet werkelijk alles van vogels. Hij herkent ze aan hun roep, ook al ziet hij ze niet. Hij weet waar ze zitten, hoe ze eruitzien en hoe ze zich gedragen en kan daar heel boeiend over vertellen. Maar we konden hem moeilijk vragen om in alle 37 groepen over zijn hobby een verhaal te komen houden. Dan kwam hij niet meer toe aan zijn eigenlijke werk. En zo zijn er meer collega’s met boeiende hobby’s of talenten. Talenten die we wilden benutten. We wisten alleen niet hoe.”

“We wilden de talenten van onze collega’s voor de hele school ontsluiten. Nou zijn we allebei behoorlijk thuis in de nieuwe media. We werken graag met internet, film, geluid, tablets en het digibord. Vaak helpen we collega’s met het gebruik ervan. Daardoor weten we dat je niet te snel te hoog moet grijpen. De kunst is eenvoudig te beginnen. Eerst de techniek onder de knie krijgen, de voordelen ervaren en enthousiast worden. Daarna kun je de lat wat hoger leggen. Kortom: we wilden techniek inzetten om die talenten te tonen.”

Joyce en Lydia kwamen op het idee filmpjes te maken, waarin hun getalenteerde collega’s de hoofdrol zouden spelen. Bijvoorbeeld de directeur die alles van vogels weet. “Dat idee werd door onze collega’s meteen positief ontvangen. We zijn daarop onderwerpen gaan verzamelen en scripts gaan schrijven. De ideeën kwamen bijna vanzelf. Een collega was in een boerderij gaan wonen, een gebouw met grote ramen, onderverdeeld in kleine raampjes. Ideaal voor keersommen. Vier grote ramen met zes kleine raampjes: hoeveel raampjes is dat? Een ander filmpje gaat over klussen in huis. Er moet een muur geschilderd worden. Hoeveel verf heb ik dan nodig? Met andere woorden: hoe bereken je de oppervlakte? De hoofdpersoon in het filmpje geeft de leerlingen een aantal keer de opdracht iets uit te zoeken. Vandaar de titel: Zoek het uit!”.

Hobbels

Projecten die van een leien dakje gaan, zijn schaars. Meestal moeten er een paar hobbels genomen worden. Dat was ook zo bij ‘Zoek Het Uit!’ Een van de dingen die voor hoofdbrekens zorgde was de techniek, ondanks de affiniteit van Joyce en Lydia met

nieuwe media. Joyce: “Buiten opnames maken is lastig, zeker met een iPad, vooral vanwege de wind. Die maakt dat iemand die praat moeilijk verstaanbaar wordt. Ook kan het gebeuren dat er net een vliegtuig overkomt, waardoor je niet verstaat wat er gezegd wordt. Verder verspreekt iemand zich weleens. Als je een goed filmpje wilt maken, moet je dus voldoende ‘takes’ maken. Ik film met een digitale fotocamera waarmee ik in HD kan filmen. De kwaliteit van de beelden is hoger dan beelden van de iPad. Maar dan ben je er nog niet. Nadat je alles gefilmd hebt, moet je bekijken wat de beste fragmenten zijn. Die ga je monteren, eventueel met foto’s, muziek of een voice-over eronder. Leuk werk, maar heel tijdrovend. Met een filmpje van vijf tot tien minuten ben al gauw enkele dagen in de weer.”

Dat brengt ons bij de tijdsinvestering: altijd een heikel punt gezien de hoge werkdruk in het basisonderwijs. Lydia krijgt van haar school een aantal taakuren voor het project ‘Zoek Het Uit!’, Joyce krijgt van haar school om de week dertig minuten voor o.a dit project. Joyce: “Daar red je het bij lange na niet mee. In dit project is daarom heel veel vrije tijd gaan zitten. Af en toe hebben we ons laten vervangen, maar van die mogelijkheid hebben we maar spaarzaam gebruik gemaakt.” Uiteindelijk hebben ze een audiovisueel productiebedrijf ingeschakeld. Dat deed onder meer de lastige buitenopnames en maakte een ‘leader’, daardoor ziet het er professioneel uit.

Hoe nu verder?

Lydia: “Dat filmpjes het onderwijs leuker maken, staat als een paal boven water. Onze filmpjes dienen als introductie op een onderwerp en diepen dat uit. Een groot voordeel is dat de filmpjes in alle groepen bruikbaar zijn. Het is vervolgens aan de docent om er goede opdrachten op het niveau van de groep aan te koppelen.’Joyce: ‘We hebben ideeën genoeg. Om een voorbeeld te geven: we gaan binnenkort in een bouwmarkt filmen. Het thema is dan meters en centimeters. Daar kun je vragen aan koppelen zoals: welke dingen hier op school zijn precies e?e?n meter lang of breed? Of: hoeveel meter is het van di?t lokaal naar het lokaal van meester Adrie? Hoeveel stappen moet je eigenlijk zetten om een meter te lopen? Het is nu zaak die onderwerpen uit te werken, scripts te schrijven, opnames te maken, de filmpjes te monteren en ze tot slot op de site te zetten. Trouwens, het zijn niet alleen leerkrachten die de hoofdrol spelen. We hebben ook al opnames gemaakt van twee leerlingen die een prachtige spreekbeurt hebben gehouden over tijd. Ze hadden er ook prima vragen bij bedacht. Kortom: er is meer dan voldoende inspiratie. Het is nu een kwestie van meters maken!”.

Je vindt het materiaal van ‘Zoek Het Uit!’ op http://zoekhetuit.yurls.net. Delen van dit interview verschenen eerder in het blad  PO Management (Oktober 2013, p. 90-92).

Pioniers aan het woord

Sanne introduceerde op haar school QR-codes (Quick Response codes) met instructies en opdrachten voor haar leerlingen.

Sanne: “Ik ben me ervan bewust geworden, dat je binnen de school dingen als team moet doen. Dat als er eentje heel ver vooruit gaat of met zijn ideeën al veel verder is dan de rest dan denk ik dat ze alleen maar meer afhaken, omdat het verschil dan zo groot wordt. Dan hebben collega’s natuurlijk ook gewoon het idee van daar kan ik toch niet tegen op, of daar kan ik toch niet in mee. Terwijl als je wat dichter bij elkaar blijft en kleinere stappen neemt en het gewoon rustig aan doet en je ervoor zorgt dat ze erin meekunnen, dan bereik je meer.”

Marijke wilde via het project ‘Atelier speciaal’, ouders op actieve wijze te betrekken bij (beeldend) onderwijs in het speciaal onderwijs.

Marijke: “Doordat ik mijn collega’s in een werkgroep heb laten nadenken over hoe het project er uit moest zien, hoe lang het moest duren et cetera, hebben zij inhoudelijk veel meer bepaald dan ik. Ik heb dus ook geprobeerd mensen eigenaar te laten worden. Maar doordat je vervolgens toch zelf alle ideeën gaat uitwerken, hoeven mensen er intussen niet zelf actief mee bezig te zijn. Dus gebeurde er niet veel in de tussentijd. Aan het eind kregen wel steeds meer mensen een taak te doen. Je merkt wat wel werkt en wat niet werkt.”

Egon startte op zijn school serious games om de taal- en rekenvaardigheden van zijn leerlingen te verbeteren.

Egon: “Je eigen enthousiasme kan collega’s juist ook tegenwerken en, ja nou daar heb ik van geleerd. Ik was heel enthousiast. Ik kreeg ambulante tijd daarvoor. Dus ik kon allerlei plannen verzinnen en ik ging vervolgens in de vergadering zeggen van: “Nou als jij het nou zo doet?.” En eigenlijk allemaal volgens maniertjes zoals ik verzonnen had. Ja, dat leverde heel veel weerstand eigenlijk op bij collega’s en op een gegeven moment was misschien het idee wel goed, maar hadden zij zoiets van: tja… Dat mijn persoon en mijn enthousiasme, dat dat gewoon de weerstand bracht hoe goed of slecht het idee ook was. Je moet daarom van je eigen eilandje een schiereiland maken. Er moet verbinding ontstaan.”

Checklist: wanneer is jouw idee een sterk idee?

Hoe meer jouw idee rekening houdt met deze uitgangspunten, hoe sterker jouw idee!

Jouw idee:

checklist-sterk-idee

Ik wil denken

Denken

Is jouw aanpak het beste idee voor de uitdaging die voor je ligt? Of bestaan er nog veel meer mogelijkheden dan je denkt? De pioniersfase ‘brainstormen’ staat in het teken van samen aanpakken genereren voor de vraag of uitdaging zoals die uit je onderzoeksfase is gebleken.

Waarom is samen brainstormen belangrijk? Als pionierende leraar denk je de ene keer vooral in kansen en mogelijkheden en de andere keer zie je vooral obstakels en uitdagingen. Daarom is het altijd belangrijk om de perspectieven en creativiteit van anderen te betrekken. Door aandacht te besteden aan de manier waarop direct betrokkenen een bepaalde situatie zien, en welke ideeën, zorgen en meningen zij hebben, krijg je nog een beter beeld van de probleemstelling. Zien zij obstakels waar jij kansen ziet of juist andersom? Is de uitdaging zoals jij hem ziet ook de uitdaging van anderen? Hoe kun je samen tot goede ideeën komen?

Met wie ga je brainstormen? Brainstormen doe je met mensen die direct betrokken zijn rond de uitdaging. Als je weet wie dit zijn (zie actieopties in de fase ‘onderzoeken’), kun je met hen brainstormen over mogelijke aanpakken en kun je hun bezwaren beter begrijpen en ondervangen. Maar ook kun je op deze manier breder eigenaarschap creëren: jouw idee blijft zo niet alleen jouw idee, maar wordt een besmettelijk idee, een idee van meerdere mensen. Een breedgedragen eigenaarschap is in een vernieuwingsproces heel belangrijk: alleen als je mensen in beweging kunt brengen, kun je echt veranderingen mogelijk maken in jouw onderwijspraktijk.

Verder lezen?

Wil je verder lezen over samen brainstormen op jouw school? Hier vind je 25 goede brainstormtechnieken. Niet genoeg? Op de website Creatief Denken vind je er nog veel meer. Ook kun je online brainstormen. Het artikel ‘De brainstorm is dood, leve de brainstorm’ zet de voors en tegens voor je op een rij. Lees ook het artikelWaarom je creativiteit niet met een stappenplan kunt bereiken” (De Correspondent, 11 februari 2015) van leraar Nederlands Johannes Visser over gebrek aan creativiteit en een overvloed aan stappenplannen in het onderwijs. Johannes schrijft: “Creativiteit lijkt een doel te worden dat door middel van een stappenplan bereikt kan worden. En dat is een probleem.

Verder kijken?

De rol van creativiteit hierin wordt in dit korte filmpje ‘Doen is het nieuwe denken’ goed weergegeven (3 minuten). Omdat de mens technologieën heeft ontwikkeld om supersnel kennis met elkaar te delen (denk: internet, de mobiele telefoon) wordt het in toenemende mate belangrijker om te leren hoe met grote hoeveelheden kennis om te gaan, in plaats van alle kennis over te dragen en zelf te leren. Leren hoe je samen kennis maakt, wordt ook belangrijker. Maar hoe doe je dat, samen kennis maken? Dat en meer wordt mooi uitgelegd in de Engelstalige documentaire ‘Collaboration: On the Edge of a New Paradigm’ (55 minuten).

Ik wil doen

Doen

Hoe kom je tot de beste aanpak voor de uitdaging in jouw onderwijspraktijk? Hier kun je samen met anderen over brainstormen. De volgende actieopties helpen jou om van de onderzoekende modus met jezelf en een kleine cirkel mensen over te gaan naar een bredere brainstorm op en rond jouw school.

Actieoptie 1: creatief leren denken

  • Wat? Een brainstormsessie waarin je leert ‘elegant te stelen’: leren van andere mensen hun vernieuwingspraktijken.
  • Wannneer? Jouw uitdaging en idee zijn duidelijk, maar de aanpak nog niet. Misschien bestaan er verschillende manieren?
  • Met wie? In tweetallen, met een klein groepje betrokkenen, eventueel met iemand met een andere achtergrond dan jezelf
  • Waarom? Door samen te brainstormen maak je gebruik van elkaars creativiteit en ontstaat draagvlak en energie, zodat je het idee straks in het echt kunt uitproberen.
  • Tijdsinvestering Een uur

Achtergrond

Creativiteit is de kunst van het doorbreken van patronen, gewoontes en zekerheden. Door creatief te zijn, wijk je af van de bekende weg. Misschien kom je aan het einde van een creatief proces wel weer op die bekende weg, maar onderweg zijn er ideeën bijgekomen of afgevallen. Om creatief te kunnen zijn, helpen een aantal elementen: het uitstellen van een oordeel, het denken in alternatieven, waarnemen in plaats van praten, associatief denken en verbeeldingskracht. Maar ook helpt het om bijvoorbeeld te brainstormen buiten je bekende omgeving, of juist met mensen die niets met de uitdaging op jouw school te maken hebben, of die een hele andere opleidings- of werkachtergrond hebben dan jij.

Stappen

Stap 1

In deze actie ga je ‘elegant stelen’. Ga naar een andere plek dan je werkplek en als mogelijk nodig je iemand uit in je brainstorm die een andere achtergrond heeft dan jij.

Stap 2

Bedenk in tweetallen een aantal situaties waar de uitdaging die jij op je school ervaart al is opgelost. Dit kan echt overal zijn: bv op een andere school, maar het kan ook thuis of op televisie of internet zijn. Ga op zoek en vraag eens rond.

Stap 3

Benoem per situatie een aantal bijzondere manieren hoe daar de uitdaging is aangepakt. Als er een conflict was, hoe is het dan opgelost?

Stap 4

Als je naar de aanpak van die ander kijkt, wat voor ideeën geeft dit dan voor je eigen uitdaging en je eigen aanpak?  Maak je idee en de aanpak groter, breder, diverser.

Actieoptie 2: een naam bedenken voor je idee

  • Wat? Een brainstormsessie om een projectnaam te verzinnen voor je idee
  • Wannneer? Als je idee nog geen naam heeft
  • Met wie? Met een klein groepje betrokkenen
  • Waarom? Een goede naam dekt de lading van jouw idee en spreekt tot de verbeelding van anderen. Zo kunnen anderen jouw idee makkelijk benoemen en jouw idee aan anderen vertellen.
  • Tijdsinvestering Een uur

Achtergrond

Een naam voor je idee bedenk je niet zomaar. Vaak gaat daar een tijd overheen en soms verandert de naam van je idee ook weer gedurende je pionierstijd. Een goede naam dekt de lading van jouw idee en met die naam kunnen mensen enigszins begrijpen waar je idee overgaat. Vaak is een goede naam ook een korte naam, een of twee woorden maar geen zin. Denk ook voor wie of wat je dit idee doet, ook de doelgroep kan terugkomen in je projectnaam.

Stappen

Stap 1

Teken de onderwijsuitdaging op een groot vel papier of pak de Rich Picture erbij uit de fase ‘onderzoeken’. Schrijf kernachtig de vraag op die bij de onderwijsuitdaging hoort. Focus je vijf minuten in stilte op deze vraag.

Stap 2

Schrijf alle letters van het alfabet onder elkaar op. Bedenk bij alle 26 letters minstens een naam of woord die bij jouw uitdaging hoort. Associeer vrij! Denk je bij de Z aan een zebra, schrijf dan zebra op, ook al weet je niet direct waarom. Als je deze opdracht samen doet met anderen schrijft ieder zijn eigen woorden of namen achter de bijbehorende letter.

Stap 3

Je hebt nu 26 ideeën voor namen voor je project. Ga nu samen de lijst langs en bespreek hardop waarom je aan dit woord of deze naam moest denken. Maak een selectie en kom uiteindelijk tot de beste naam!

Tip: inspiratie nodig van buiten? Pak er wat tijdschriften bij en prikkel je fantasie door de verschillende beelden en teksten.

Actieoptie 3: samen brainstormen over aanpakken

  • Wat? Een Open Space op of buiten jouw school
  • Wannneer? Jouw uitdaging en idee zijn duidelijk, maar je wilt verschillende aanpakken ontdekken. De Open Space is kan ook een actieoptie zijn in de fase ‘onderzoeken’ om erachter te komen welke onderwijsuitdagingen er eigenlijk spelen op jouw school.
  • Met wie? Met een grotere groep mensen, een begeleider en eventueel ook met leidinggevende
  • Waarom? Met een Open Space kun je anderen betrekken bij de uitdaging op jouw school. Zo kun je een breder perspectief krijgen op de uitdaging, aanpakken helder krijgen en draagvlak creëren.
  • Tijdsinvestering Drie uur, bv in de namiddag, tijdens een strategiesessie

Achtergrond

Een Open Space-sessie is letterlijk ‘een open ruimte’ voor een groep om zelf de inhoud en de agenda te bepalen van een gesprek. De uitvinder van Open Space (Harrison Owen) kreeg het idee voor de methode na een conferentie. Hij zag dat deelnemers van conferenties – zoals vaker – de koffiepauze het beste onderdeel van een conferentie vonden. De echt belangrijke onderwerpen hadden de deelnemers tussendoor besproken. De koffiepauze ging met veel meer enthousiasme gepaard dan het officiële programma. De Open Space aanpak maakt het mogelijk om over de ‘echte’ onderwerpen te praten en leidt tot debat en ervaringsuitwisseling in een ontspannen, informele sfeer.

Dit zijn de drie werkprincipes van een Open Space:

  • Uit het hart: kies een thema dat je aan het hart gaat. Iedere deelnemer kan een thema aandragen.
  • De wet van de twee voeten: kies een vraag die je het meest aanspreekt. Je kan sessies altijd verlaten en aansluiten bij een andere.
  • Geen zorgen: alles mag, je zit op de goede plek met de goede mensen

Deelnemers kunnen verschillende rollen aannemen:

  • Vraageigenaar (maakt aantekeningen op flap naar aanleiding van zijn of haar sessie)
  • Toerist (lopen in en uit verschillende sessies)
  • Randfiguren (blijven hangen bij de koffie)

Lees hier verder over de Open Space methode.

Stappen

Stap 1

Regel van te voren een aantal dingen. Ten eerste een ruimte waar je in groepen uit elkaar kunt gaan. In deze ruimtes zijn stiften en flipovers aanwezig maar geen stoelen. Als iedereen staat, maak je het makkelijker voor de toeristen (of verbinders) om te deel te nemen aan meerdere gesprekken. Ten tweede een poster of krijtbord waarop je een live ‘agenda’ (bv. 8 vlakken) kunt op schrijven waarbij de ruimtes staan aangegeven waar het groepje straks verder kan brainstormen. Later kun je hier de ontstane agendapunten opplakken en ontstaat een levendig programma-rooster waarop alle affiches met ‘wie’, ‘wat’, ‘waar’ en ‘wanneer’ te zien zijn.

Stap 2

Bepaal je eigen rol in dit proces. Als je vindt dat het gesprek echt uit de groep moet komen, wees dan begeleider van de Open Space. Als begeleider leidt je de Open Space: je legt de Open Space uit en maakt samen met de deelnemers de agenda. Wil je juist zelf een idee aandragen voor de uitdaging op jouw school, vraag dan iemand anders om het proces te begeleiden.

Stap 3

Klaar voor de start? Open de Open Space met een welkom en een uitleg wat er gaat gebeuren. Leg goed uit wat het doel is van een Open Space sessie: samen brainstormen over aanpakken voor de uitdaging op jouw school.

Stap 4

Vraag de groep waar zij graag over willen brainstormen vandaag.  Dit zijn de thema’s die de deelnemer aan het hart gaan. Is de onderwijsuitdaging duidelijk, vraag dan: hoe wil jij deze onderwijsuitdaging aanpakken? Is zelfs het idee al duidelijk, maar nog niet precies hoe het verder aangepakt moet worden? Vraag dan: hoe zou jij dit idee verder uitwerken? Zijn de uitdagingen op jouw school nog helemaal niet duidelijk? Vraag dan: wat gaat jouw aan het hart op onze school? De mensen die opstaan, worden vraageigenaar. Alle vragen worden opgehangen of opgeschreven.

Stap 5

De deelnemers lopen langs de agenda met de onderwerpen en kiezen er een uit waar zij zich willen aansluiten. Iedereen loopt naar de ruimte van zijn/haar keuze.

Stap 6

De vraageigenaar start het gesprek. De groep bepaalt zelf hoe het gesprek vormgegeven wordt en hoe bijvoorbeeld de lessen/uitkomsten worden vastgelegd, bijvoorbeeld op een flip over of door te filmen.  Het gesprek duurt 45 minuten tot een uur. Aan het einde van het gesprek is er een klein actieplan opgesteld. Wees als begeleider een goede tijdmanager!

Stap 7

Na ongeveer 30-45 minuten kun je een tweede ronde houden: misschien zijn er nieuwe onderwerpen ontstaan die mensen graag met de groep willen bespreken of waren er teveel onderwerpen (meer dan 8) voor de eerste ronde.

Stap 8

Tot slot: Sluit de Open Space plenair af door een rondje te maken langs de vraageigenaren. Zij kunnen kort hun actielijstje delen met de groep.

Tip: Bedenk van tevoren de ideale uitkomst, bv: ‘de volgende dag wil ik graag dat mijn collega’s tegen de collega’s die er niet waren zeggen: je hebt echt wat gemist!!’ Denk ook na over hoe je deze Open Space sessie aantrekkelijk en gezellig kunt maken na schooltijd. Denk bijvoorbeeld aan het regelen van lekkere pizza’s! Tot slot is het handig om met een collega een draaiboekje en boodschappenlijstje te maken voor je Open

open-space

Ik wil reflecteren

Reflecteren

Je hebt nu een beter zicht op welke uitdagingen er op jouw school spelen en hoe die zich verhouden tot jouw idee en de ideeën van anderen. Je hebt per uitdaging ook een idee welk netwerk eromheen zit. Je hebt nu ook met anderen kunnen brainstormen over hoe je je idee het beste kunt aanpakken. Met deze mensen kun je goed verder werken in de volgende pioniersfase: uitproberen. Maar nu is het eerst tijd voor reflectie. Reflecteer aan de hand van het waarderende interview met je collega of je coach wat deze pioniersfase voor jou betekent maar ook voor jouw initiatief.

Reflectieoptie: reflecteren door te leren waarderen

  • Wat? Leren elkaar waarderend te interviewen
  • Wannneer? Als je al wat te verduren hebt gehad in je pioniersproces
  • Met wie? Met je coach of je collega
  • Waarom? Om waarderend naar werkpraktijken te leren kijken
  • Tijdsinvestering Een uur

Achtergrond

Zonder dat je het je misschien goed realiseerde, ben je als pionier touwtrekker geworden van een vernieuwingsproces. Een vernieuwingsproces komt niet vanzelf op gang, soms krijg je nogal wat te verduren. Daarom is het belangrijk om met een waarderend perspectief naar je werkpraktijk te blijven kijken. Dat kan met een waarderend interview.

Wat is een waarderend interview? Zoals de naam van deze methode al aangeeft, gaat het hierbij om een ‘waarderende’ methode. Het startpunt is: wat gaat er onder de huidige omstandigheden goed? De aandacht voor het negatieve wordt even uitgesteld en de focus wordt gelegd op de positieve uitschieters. ‘Appreciative Inquiry’ zoals deze methode in het Engels heet, zoomt in op de condities waarbinnen deze successen konden ontstaan en vervolgens op hoe die condities vergroot, versterkt en verspreid kunnen worden, zodat de successen vaker kunnen voorkomen. Door voort te bouwen op wat al is bereikt en van daaruit verder te dromen, ontstaan er begrijpelijke visies en concrete acties. Je past deze methode toe als je aandacht wilt geven aan positieve aspecten in een organisatie of een team dat snel in het negatieve schiet. Robert Masselink (organisatieadviseur) en Arjan van Vembde (adviseur, facilitator en goochelaar) benoemen vijf fasen in het waarderende gesprek (het 5D-model):

  1. Define: definieer het kernthema
  2. Discover: vertel over wat goed gaat
  3. Dream: verbeeld de gewenste toekomst
  4. Design: wat maakt het mogelijk?
  5. Deliver: drijf op de energie

Stappen

Stap 1

Interview elkaar om de beurt 20 minuten ‘waarderend’ op basis van de volgende vragen:

  1. Vertel een succesverhaal aan de ander uit je professionele loopbaan, een ervaring waar je je vitaal voelde, waarin alles leek te stromen.
  2. Vertel over de elementen of aspecten die maakten dat het een succesverhaal werd, dat het leek te stromen, dat je je vitaal voelde.
  3. Wat was jouw bijdrage aan dit succesverhaal? Wat deed je zelf? Wat dreef jou? Wat deden de anderen?
  4. Wat zijn – hiermee verbonden – dingen die je het meest waardeert in jezelf, het pionierswerk dat je verricht en de context waarin dit plaatsvindt (school, organisatie, buurt?)
  5. Wat zie je, op basis van deze waarderende blik op je eigen drijfveren, ervaringen en kwaliteiten, voor je als een belangrijke stap voorwaarts de komende periode?
Stap 2

Reflecteer hierna 20 minuten samen op het gesprek: Wat steek je op van elkaars ervaringen? Wat vind je verrassend? En wat vind je spannend? Wat geeft jou de meeste energie?

Tip: wissel tijdig om! Onderbreek elkaar niet maar luister aandachtig.