Submenu

Pioniersfase: uitproberen

Inleiding

  • Wat? Je idee in het klein uitproberen en uitzoeken of het werkt.
  • Waarom? In het klein uitproberen geeft je ideeën voor een goede aanpak. Ook kun je je experiment aan anderen laten zien en feedback ontvangen.
  • Met wie? Jezelf, de mensen die direct met jouw idee te maken hebben.

Het verhaal van een pionier: ‘It Conex-Us’ van Nicole

Nicole Moorman is leerkracht in groep 5/6 van de Prins Clausschool in Nijmegen. Daarnaast heeft ze de basis voor It ConeXus opgezet. It ConeXus is een online platform waar de meer dan 750 leerkrachten van stichting Conexus elkaar op expertise kunnen vinden.

Nicole: “Na veertien jaar enthousiast voor de klas ging m’n bewegingsvrijheid tussen de vier muren van het lokaal een beetje knellen. Wat begon als een persoonlijke zoektocht naar uitdaging en kennis over onderwijs, werd al snel veel groter. It ConeXus heeft me letterlijk uit de klas gehaald en enorm veel nieuwe energie gegeven. Ik heb geleerd mijn sterke kanten te benutten: op mensen afstappen, presentaties houden en samenwerking aangaan met collega’s die m’n plan omarmden en wilden meedenken. Van die ervaringen groei je als mens. En dat gevoel neem ik ook weer mee de klas in. Het gaat om leren vanuit je eigen gedrevenheid en nieuwsgierigheid. Dat werkt bij kinderen zo, maar ook bij leerkrachten.

Ergens vorig jaar besprak ik de eindeloze mogelijkheden van het digibord met mijn vriendin die op een andere school binnen de stichting werkt. We besloten met onze duo-partners een avondje op school door te brengen en bij elkaar te kijken hoe we dat bord gebruiken. Zo is het idee geboren. Een online platform waarop je elkaar weet te vinden op onderwerpen waar je mee bezig bent of waar je vragen over hebt. Vervolgens is de fysieke afstand binnen de stichting klein genoeg om een bijeenkomst te organiseren: om met en van elkaar te leren. Men is vaak geneigd van buitenaf naar een school te kijken, te bepalen waar de school zich in gaat ontwikkelen en daar dan een werkgroep voor te formeren. Maar als je denkt vanuit lerende organisaties is er pas sprake van ontwikkeling als de leerkrachten op de werkvloer bereid zijn zich te ontwikkelen. Als zij het leuk vinden om te leren en de relevantie zien voor hun dagelijkse praktijk. De stap naar scholing is dan ook makkelijker te zetten. Ook onze stichting is bezig met professionele leergemeenschappen en het opzetten van een interne academie.

Ik ben ervan overtuigd dat de beweging van onderaf, wat It ConeXus wil zijn, en die van bovenaf elkaar daarin kunnen ontmoeten. Als je iets wilt, moet je doorzetten, je argumenten helder hebben en die steeds weer goed kunnen verwoorden. Ik wil bijvoorbeeld heel graag It ConeXus op een directieoverleg presenteren. Gezien hun volle agenda is dat nog niet gelukt, maar ik blijf volhouden. Als het niet linksom gaat, dan maar rechtsom. Ik ben bijvoorbeeld op 26 van de dertig scholen flyers gaan uitdelen. Het zijn maar speldenprikjes, maar zo hebben wel steeds meer mensen van It ConeXus gehoord en blijft de bal rollen.”

Deze tekst van Joelle Poortvliet verscheen eerder in het onderwijsblad Kader Primair (Juni 2013, p. 20-23).

Pioniers aan het woord

Truus wil graag een gemeenschap opbouwen tussen basisonderwijs, speciaal onderwijs en de buurt. Ze bedacht hiervoor een beleefruimte waar iedereen muziek kan beleven.

Truus: “Durf te vragen…. Ja dat is dus gewoon echt waar! Als je mensen aan hun jasje trekt dan, tot mijn stomme verbazing, zeggen ze soms ja, of best wel vaak ja, eigenlijk!”

Maud zoekt naar een manier om talenten van middelbare scholieren in te zetten voor talentontwikkeling op haar basisschool.

Maud: “Ik had meteen al meer draagvlak moeten creëren door mensen om mij heen in te schakelen. Meteen met vier man moeten zeggen van: dit ga ik doen en jullie gaan me helpen, toch? Je hebt klankborden nodig die voor jou even andere inzichten willen krijgen. En ja, dat is waar het pionieren op gebaseerd is; van nou ga maar doen en we zien wel waar het schip strandt. En het vertrouwen wat je daar in krijgt, dat die ruimte er ook echt is, niet alleen binnen team en directie, maar ook binnen ouders en kinderen eigenlijk. Ja, dat is een heel mooi gevoel om mee te beginnen zo.”

Nicole wil de 750 leerkrachten in haar regio verbinden zodat zij expertise met elkaar kunnen uitwisselen.

Nicole: “Start een werkgroep rond je idee. Mensen vinden vast dat jij een goed idee hebt, maar ze gaan in een afwachtende rol zitten. En dat is ook prima, want dan leveren wij aan en dan kunnen zij zeggen: o ja, da’s goed. Maar als je dus een werkgroep hebt en je wilt echt van de grond krijgen dan heb je mensen nodig die gewoon zeggen dat ga ik NU doen, want ik vind het leuk en ik geloof er in! En daar steek ik dus extra tijd in, in het faciliteren van die werkgroep.”

Gerard pakt samen met een collega het zaakvakkenonderwijs op zijn school aan. In plaats van een werkboekje met opdrachten wil hij leerlingen met gerichte zoekopdrachten het internet opsturen

Gerard: “Je moet van tevoren nadenken over hoe je dingen gaat brengen. Hoe kun je mensen enthousiast maken, welke stappen moet ik van tevoren al ondernemen om te voorkomen dat straks de helft met de hakken in het zand gaat staan, en je enthousiasme daardoor getemperd wordt om nog eens een bijeenkomst te organiseren. Je kan daarvoor mensen van buitenaf halen – daar is op zich niks mis mee – maar kijk eens of je een studiedag kunt vullen met ideeën van mensen die je al in huis hebt.”

Ik wil denken

Denken

In deze fase probeer je je idee in het klein uit, je maakt een ‘prototype’ van je idee. Het woord ‘prototype’ stamt uit de wereld van productontwerp oftewel ‘ontwerpdenken’ (design thinking). Het staat voor een model of experiment, waarmee je snel feedback kunt verzamelen van de gebruikers van je product, dienst of ervaring. Denk aan hoe verschillende modelversies van een stoel worden getest: deze worden in kleine oplage geproduceerd, zodat mensen erop kunnen zitten en kunnen vertellen wat hun ervaring van deze stoelen zijn. Niet alleen wil de ontwerper weten: welke stoel vind je lekkerder zitten of vind je mooier? Maar ook: wat maakt nou dat deze stoel zo lekker zit? Op deze manier verzamelt de ontwerper waardevolle informatie over wat mensen belangrijk vinden bij het gebruik van de stoel, en wat voor toegevoegde waarde deze moet hebben, voordat de gebruikers hem bijvoorbeeld aanschaffen.

Vaak levert prototypen interessante nieuwe inzichten en informatie op, waar je op papier geen rekening mee hebt gehouden. Deze feedback gebruik je om informatie te verzamelen over hoe je je idee beter op de doelgroep af te kunt stemmen, en zo effectiever kunt inzetten. Zo kun je er bijvoorbeeld al in een vroeg stadium ontdekken welke zwakke punten er nog in het ontwerp zitten en waar nog extra aandacht aan moet worden besteed. Je zou prototypen dus als een soort actie-onderzoek kunnen zien: je probeert verschillende ‘modellen’ in het klein uit en onderzoekt daarmee je oplossingsrichtingen. Ieder prototype zou dan ook een bepaalde vraag voor je moeten beantwoorden. Wat wil je precies te weten komen met dit prototype?

Het lijkt misschien eenvoudiger om te bedenken hoe een prototype van een stoel eruit zou moeten zien, dan van een school of andere setting waarin veel mensen betrokken zijn. Toch hoeft dit niet zo te zijn. Het gaat erom wat een kleine versie is van de oplossingsrichting die jij in je hoofd hebt. Dit moet een vorm zijn die snel en makkelijk uit te proberen is, en het hoeft dus nog helemaal niet een ‘volledige implementatie’ van jouw idee of eindproduct te zijn. Hoe kun je een idee met bijvoorbeeld vijf leerlingen of collega’s in een half uurtje testen? Of hoe kun je deze werkvorm in een uur met een klas uitproberen? In plaats van het maken van een plan van a tot z, ga je bij het prototypen veel grover te werk en bedenk je bijvoorbeeld drie manieren die je direct, bijvoorbeeld binnen nu en een week kunt uitproberen in de praktijk.

Tijdens het prototypen is reflecteren en evalueren cruciaal! Gaat er tussendoor iets mis? Geen probleem! Sta even stil en bedenk wat je moet aanpassen om weer op het goede spoor te komen. Ook als je erachter komt dat een bepaalde prototype niet werkt, is dat waardevolle informatie. Niet alles hoeft goed te gaan; het is juist ook interessant om te verkennen welke risico’s en nadelen er aan het prototype zitten, zodat je daar rekening mee kunt houden.

Voor deze hele fase geldt: vertel je verhaal achter je idee! Het vertellen en verspreiden van je verhaal is een effectieve manier om je idee te realiseren. Verhalen vertellen over hoe je tot je idee bent gekomen trekt publiek, en dus mensen met ideeën om jou verder te helpen.

Verder lezen?

Prototypen komt uit de wereld van Design Thinking (ontwerpdenken). Waarom zou je prototypen? Lees de filosofische blog van Eke en bepaal zelf of jij ontwerpdenken belangrijk vindt voor het onderwijs van de toekomst. Verder is er een aantal online toolkits beschikbaar die je verder helpen met prototypen. Zo is er bijvoorbeeld de (Engelstalige) toolkit ‘100 % open’ die je met verschillende technieken laat zien hoe je in het klein een idee kunt uitproberen. De werkbladen voor prototypen van de ‘Innovatieversneller’ zijn behulpzaam. Ook de (Engelstalige) gids ‘Design Thinking for Educators’ helpt je verder. Wil je je laten inspireren door hoe andere leraren hun idee hebben ontwikkeld? Kennisnet heeft met ‘Scholen om van te Leren’ een mooie portrettenserie van onderwijsvernieuwers gepubliceerd, waarin vele voorbeeldconcepten worden gepresenteerd.

Verder kijken?

Wat is prototypen? Het filmpje ‘Prototyping made simple’ legt het je uit in minder dan 3 minuten. En in dit filmpje kun je hoe andere leraren ‘prototypen’ hebben aangepakt (2 minuten). James Dyson, de uitvinder van de zogenaamde ‘stofzuiger’ legt in zijn filmpje (5 minuten) uit uit hoe hij prototypes gebruikt om tot het best mogelijke resultaat te komen en daarmee koploper te blijven in de markt. Het Canadese start-up initiatief InWithForward gebruikt prototypen om nieuwe overheidsdiensten te ontwikkelen. Wil je weten hoe zij dat doen? Bekijk hun filmpje (3 minuten).

Ik wil doen

Het is tijd om je idee in het echt uit te proberen. Houd er rekening mee dat jouw idee of aanpak wellicht aan het einde van deze fase er helemaal anders uitziet, of zelfs in zijn geheel is gesneuveld. De ervaring leert echter dat er bijna altijd een nieuw idee ontstaat dat nog beter bij de uitdaging past dan je ooit zelf in je hoofd had kunnen bedenken.

Tip: Zorg in je experiment voor een duidelijke rol voor de direct betrokkenen uit je Rich Picture-oefening uit de de fase ‘onderzoeken’. Zet deze mensen in deze fase centraal door aan hen feedback te vragen!

Actieoptie 1: je idee in het klein uitproberen

  • Wat? Een mini-prototype maken
  • Wannneer? Je hebt een helder idee, nu is het tijd om dit idee uit te proberen
  • Met wie? Met de stakeholders rond jouw idee
  • Waarom? Feedback ontvangen op jouw idee om je idee te verbeteren
  • Tijdsinvestering Een aantal uur, verspreidt over 2 weken

Achtergrond

Prototypen, in het klein jouw idee uitproberen en feedback ontvangen, gaat om actie! Dus blijf niet te lang in het plan op papier hangen, maar zorg dat er daadwerkelijk iets gebeurt met je idee, waarvan anderen het merken in de praktijk. Durf te experimenteren en maak een mini-prototype!

Stappen

Stap 1

Pak je ontwikkelcanvas (fase: basis leggen en/of brainstormen) er weer eens bij en blik terug. Schrijf op basis van je nieuwe ervaringen een korte pitch (bv. 200 woorden) over jouw idee. Waarom moet dit gebeuren en hoe ga je dat doen, en met wie?

Stap 2

Bedenk wat de kleinste vorm is van jouw plan, dat je in 1 uur zou kunnen uitproberen met een aantal mensen op school en/of leerlingen.

Stap 3

Kies een vorm voor je mini-prototype. Maak bijvoorbeeld een 2-D-tekening (online of op papier), of een 3-D model (Lego, Playmobil, klei). Gebruik materialen die in jouw klaslokaal voor handen zijn: papier, karton, potloden, stof, plakband, wat je maar kunt vinden om je heen. Gaat jouw idee vooral over mensen en relaties? Dan kun je ook denken aan een rollenspel: speel de nieuwe ervaring na in het echt. Bedenk wie er een rol spelen en denk na over de vragen die zij misschien zullen hebben over jouw idee (denk ook nog eens aan je Rich Picture uit de fase ‘onderzoeken’).

Stap 4

Ga met je prototype de wereld in en ontvang feedback. Begin bij degene dichtbij, en vraag aan deze persoon wie nog meer ideeën heeft over jouw idee. Ontvang feedback aan de hand van de volgende vragen, schrijf of neem de antwoorden op!

  • Kun je aan mij beschrijven wat jou enthousiast maakt over dit idee?
  • Als je 1 ding aan dit prototype kunt veranderen, wat zou het dan zijn?
  • Hoe zou jij dit prototype verbeteren?
  • Wie moeten er volgens jou nog meer bij dit idee betrokken worden?
  • Wat zou hen enthousiasmeren om bij dit idee betrokken te zijn?
Stap 5

Bekijk de ontvangen feedback. Aan de hand van de feedback kun je door onderzoeken. De gouden regel bij deze opdracht is: denk niet te moeilijk, doe het gewoon!

Actieoptie 2: vertel anderen over jouw idee

  • Wat? Je idee communiceren naar je omgeving
  • Wannneer? Je hebt je idee uitgeprobeerd en je wilt je omgeving vertellen over je idee en het verhaal daarachter
  • Met wie? Met jezelf, vraag feedback van collega voor publicatie
  • Waarom? Om zoveel mogelijk van elkaar te leren, is het belangrijk om je leerproces en ‘verhaal’ digitaal te delen. Op deze manier kun je je netwerk vergroten, wat je leerproces kan vergroten en versnellen. Ook is het vertellen en verspreiden van je verhaal een manier om het idee echt te realiseren.
  • Tijdsinvestering Een middag

Achtergrond

Denk eerst eens na over wat je kunt en wilt bereiken. Wil je mensen met jouw verhaal informeren of betrekken? Of wil je antwoord krijgen op specifieke vragen? Heb je nog iets nodig aan middelen, expertise of mankracht? Als je weet wat je boodschap is en wie je doelgroep is, kun je aan de slag met woord en/of beeld. Hoe je jouw communicatie-uiting maakt en voor wie je hem maakt, mag je natuurlijk zelf weten, als ze maar bijdraagt aan het realiseren van je ambities. Je kunt denken aan het ontwerpen van een nieuwsbrief of flyer, het maken van een simpele filmclip of het schrijven van blogpost. In deze communicatie kun je vertellen over waar je mee bezig bent om enthousiasme en draagvlak te creëren, maar je kunt ook oproepjes plaatsen of hulpvragen stellen om mensen te mobiliseren. Wanneer de communicatie-uiting af is, zorg je dat ze terechtkomt bij de mensen die je in beweging wilt brengen! Wat is daarvoor de beste manier? Bedenk eerst wie je doelgroep is en bedenk dan hoe zij het beste te bereiken zijn, bv via Twitter, Facebook, de krant, of gewoon een ouderwets schoolbord.

Stappen

Stap 1: Bepaal je publiek

Bepaal welke stakeholders van jouw missie je wilt bereiken. Het maakt natuurlijk nogal wat uit voor wie je jouw communicatie-uiting schrijft. Met collega’s deel je waarschijnlijk hele andere zaken dan met ouders, buren of leerlingen. Ook de taal die je gebruikt zal per doelgroep verschillen.

Stap 2: Bepaal wat je wilt brengen en halen

Dit is dé kans om jouw initiatief op een zo effectief mogelijke manier over te brengen aan anderen: jij bepaalt wat je wilt vertellen en wat niet. Wat wil je jouw lezers meegeven en wat wil je zelf terugkrijgen?

Stap 3: Kies een passende vorm

De inhoud van je communicatie-uiting is cruciaal, maar ook de opmaak kan een verschil maken. Welke vorm zal jouw publiek aanspreken? Hoe leest of kijkt jouw doelgroep het liefste? Pas daarop jouw medium aan.

Stap 4: Denk na over verspreiding en timing

Sta eveneens stil bij hoe je jouw communicatie-uiting het beste kunt verspreiden: heeft een flyer bijvoorbeeld de meeste impact wanneer je hem persoonlijk uitdeelt aan ouders/collega’s/leerlingen/partners buiten school, of is een digitale versie juist effectiever? En wanneer kun je hem het beste versturen? En dan… verspreiden maar!

Bonusstap: Creëer een online communicatie- en leeromgeving

Een online projectomgeving rond jouw idee zorgt ervoor dat je constant kunt samenwerken en communiceren over jouw/jullie idee, voorbeelden zijn: Facebook, Google Drive, Dropbox, Slack. Een online communicatieomgeving zorgt er juist voor dat je ook met je directe omgeving over je ideeën kunt publiceren, voorbeelden zijn: Facebook, Twitter of een blogaccount. Vergeet natuurlijk niet bestaande communicatiekanalen van je eigen school in te zetten voor jouw initiatief! Denk niet alleen aan websites of social media maar ook gewoon aan het prikbord in de lerarenkamer of de posterborden in de school!

Hulp nodig? Kijk eens naar de volgende hulpmiddelen:

  • Gebruik de bestaande sjablonen in je tekstverwerker
  • Maak zelf een krant
  • Maak een stop-motion filmpje met deze app
  • Maak een mooi animatiefilmpje om je idee te laten zien met de Explain Everything app
  • Maak een mooie nieuwsbrief met Smore
  • Vraag je digitaalvaardige leerlingen jou te helpen!

Ik wil reflecteren

Reflecteren

Je hebt onderzocht wat je zelf interessant vindt, je hebt onderzocht wat er leeft op jouw school, en je hebt een idee (of misschien zelfs twee!) uitgeprobeerd, en daar is feedback op gekomen. Misschien heb je zelfs al je verhaal over jouw reis digitaal gedeeld. Dit heeft vast veel teweeg gebracht in jouw omgeving. Dat is op zichzelf al een prestatie. Inmiddels weet iedereen dat jij aan het pionieren bent. Dat kan soms best spanningen met zich meebrengen. Wat kunnen we daarvan leren? Reflecteer daarom met je coach terug op de afgelopen tijd aan de hand van deze opdracht ‘Scenes uit het leven van een Pionier’.

Reflectieoptie: reflecteer op een spannend moment

  • Wat? Reflecteren op een spannende scene in je pioniersproces
  • Wannneer? Je wilt graag meer weten over je eigen gedrag en reacties van je omgeving
  • Met wie? Met jezelf, vraag feedback van collega of coach
  • Waarom? Je hebt iets uitgeprobeerd en dat heeft veel teweeg gebracht. Met deze reflectieoptie leer je wat je makkelijk/moeilijk vindt en hoe je daar goed mee om kunt gaan.
  • Tijdsinvestering Een uur

Achtergrond

In deze opdracht zoom je in op een spannende scène uit jouw pionierstraject om te leren van je successen en uitdagingen tot nu toe. Zo kun je je oriënteren op de beste strategie voor de komende tijd. Wanneer je je eigen spannende scène in beeld brengt, zoom je dieper in op wat je ervaren hebt. Door deze verdiepingsslag en de reflectie met andere pioniers ontstaan nieuwe inzichten over jouw pionierslessen en -vaardigheden en die van anderen. Je kunt samen een aantal succesvolle werkprincipe’ en aanpakken die misschien minder succesvol zijn identificeren. Die pioniersprincipes kun je vervolgens gebruiken om je plannen en aanpak verder te verfijnen of te verbeteren in de volgende fase. De vorm is vrij, maar hieronder vind je enkele suggesties.

Stappen

Stap 1: Schets jouw spannende scène

Waan je even een scriptschrijver en regisseur van je eigen succesvolle soapserie en ga aan de slag met een waargebeurde scène. Deze scène is een uitvergroting van een ‘spannend moment’ dat zich heeft afgespeeld in de afgelopen Pionierstijd. Heb je bijvoorbeeld jouw onderwijsidee aan je collega’s gepresenteerd? Dan kan dat jouw ‘spannende moment’ zijn geweest. De feedback die een collega tijdens jouw presentatie gaf, zou dan gekozen kunnen worden als de scène die je uit wilt beelden. Je mag zelf weten hoe je dit doet; je bent vrij om een eigen vorm te kiezen. Je kunt de scène bijvoorbeeld uitbeelden via een stripverhaal, zoals het voorbeeld hiernaast. Handige apps hiervoor zijn Meme Generator en Halftone. Maar je kunt je scène ook handmatig uittekenen, uitschrijven in verhalende vorm, uitbeelden aan de hand van een fotoreeks, of – wanneer je de smaak van het filmen te pakken hebt gekregen – vastleggen met een camera. Hoe je jouw scène uitbeeldt, mag je zelf kiezen. Wel zijn er een tweetal spelregels:

1. Jouw scène brengt in ieder geval het volgende in woord en/of beeld:

  • Een spannend moment
  • De betrokkenen in jouw scène
  • De overwegingen van de betrokken
  • Jouw bijdrage in het verloop van de scène

Je kunt hierbij bijvoorbeeld gebruikmaken van tekst- en denkballonnetjes in een animatie, of van uitgeschreven dialogen en gedachten in een verhaal.

2. Houd het simpel. Een korte, krachtige scène maakt het makkelijker om de essentienaar voren het halen

Stap 2: Deel ‘de scene’ met je coach en ga een gesprek aan met je coach over:
  • Leg uit waarom je je juist deze ‘spannende scene’ hebt gekozen.
  • Wat heeft je in deze ‘spannende scene’ wel en niet geholpen? Wat zou je anders doen in de toekomst?
  • Bedenk een nieuw einde van de spannende scene! Wie of wat kan jou helpen om bij dit ‘nieuwe einde’ van jouw spannende scene te kunnen komen?