“De wereld bestaat niet uit vakken, de wereld hangt samen”

Lars Goertzen (39) zet de boel op zijn kop met ‘Missie naar Mars’. Waar scholen traditioneel werken met vakken, is zijn project vakoverstijgend. Met subsidie en begeleiding vanuit het LerarenOntwikkelFonds (LOF) laat Lars leerlingen onderzoekend en ontwerpend leren.

Lars Goertzen, De Droomboom, po
‘Missie naar Mars’
coach: Kyra Doek
subsidiebedrag: €37.142,60, gestart: 2017

Een jaar voordat Lars begon met zijn LOF-project, ronde hij een master Leren en Innoveren af. Toen hij een poster van het LOF zag, viel alles samen. “Na mijn master, die draaide om het neerzetten van innovatie binnen een organisatie, had ik enorm veel ideeën. Er wordt vaak gezegd: ‘droom groot, denk groot en maak dan kleine stapjes’. Mijn LOF-aanvraag was een grote droom maar door de opleiding heb ik geleerd het klein aan te pakken om zo iets duurzaams neer te zetten”, aldus Lars. Hij tipt ook meteen leraren met LOF-ambities: “Heb je een tof idee? Begin aan de rand van het bos; begin klein en ga op zoek naar mensen die het idee zien zitten. Die kunnen dan de ‘ambassadeurs’ van je verhaal zijn.”

De missie van Lars

Op de Heerlense basisschool De Droomboom werd enkel gewerkt vanuit een (leerstof-) jaarklassensysteem. “De leraren, inclusief ikzelf, zijn gewend de boeken open te slaan en aardrijkskundeles en geschiedenisles te geven. We geven wereldoriëntatie jarenlang traditioneel vanuit aardrijkskunde, biologie, etc. Ik had voor ogen om hier verbinding in te zoeken. De wereld bestaat niet uit vakken, de wereld hangt samen. Dus waarom geven we het als losse vakken?

Missie naar Mars

Lars heeft zijn idee voor onderwijsverbetering omgezet naar een thema waar hij zelf in geïnteresseerd is. “Ruimte heeft mij van kinds af aan enorm aangetrokken. Als het goed is staan er in 2035 mensen op Mars en dat ga ik gewoon meemaken!”, zegt hij enthousiast. “Voor mijn leerlingen is het straks de normaalste zaak van de wereld. Een missie naar Mars is geen science fiction meer; het is realiteit, het is science.”

Momenteel werken ongeveer zestig bovenbouwleerlingen bij Lars op school aan Missie naar Mars. Lars geeft les aan groep 7, zijn collega aan groep 8. Per klas worden zeven teams gevormd, bestaande uit ongeveer vier leerlingen, met verschillende taken. Doel: het koloniseren van de rode planeet. Een missie duurt ongeveer acht schoolweken waarin ieder groepje twee keer een onderzoek doet. Kinderen kunnen er ook voor kiezen één onderzoek te doen en daar een ontwerp aan te koppelen.

“Het ene team gaat over de energievoorziening terwijl een ander team zich bezighoudt met voeding”, legt Lars uit. “Team energie kreeg de vraag ‘hoe kunnen wij op Mars op de meest efficiënte manier energie opwekken’. Ze kwamen erachter dat ze met grote velden zonnepanelen wilden gaan werken. Het kan flink waaien op Mars waardoor er zand op de zonnepanelen komt; dat was een probleem. Hun vervolgtraject was een ontwerp: een systeem om de panelen te kantelen waardoor je het zand eraf laat vallen. Ze gingen dus heel specifiek, vanuit hun eerste onderzoek, naar een ontwerp toe. Ieder team doorloopt dat proces waarna de missie wordt afgesloten met een eindexpositie. Teams laten zien wat ze geleerd hebben, ontworpen hebben en waar ze tegenaan liepen. Mensen van binnen en buiten de school worden hiervoor uitgenodigd.”

Daarnaast schrijven leerlingen blogs en voeren zij tussenopdrachten uit, zogenaamde quests. “Een quest kan zijn: ‘formuleer een onderzoeksvraag’. We hebben het in fases gehakt om houvast te bieden. Maar binnen zo’n quest hebben leerlingen volledige autonomie om zelf te sturen. We zijn niet aan het lesgeven maar aan het coachen.”

Andere toetscultuur

Leerlingen worden procesmatig beoordeeld. Bij iedere quest staat in grote lijnen wat de leerlingen moeten doen en wat succescriteria zijn. Aan het eind van de rit krijgen ze een certificaat met daaraan gekoppeld een lijst met de mate van bekwaamheid per onderdeel. Bij een ‘voldoende’ staat concreet beschreven wat je zou moeten doen als je een ‘goed’ zou willen. “Het toffe is dat er een toetscultuur ontstaat waarin fouten gemaakt moeten worden. Ze worden niet afgerekend maar beoordeeld. Een acht voor een toets zegt niets over wat het kind geleerd heeft. Zo’n cijfer zegt de leerling zelf ook niets,” bepleit Lars. “Maar als je zegt: ‘Dit doe je al supergoed maar hier kun je de volgende keer meer aandacht aan besteden’, heeft zowel het kind als de leraar daar veel meer aan.”

Questkaarten

“Dan heb je ze echt te pakken!”

De kinderen vinden Missie naar Mars geweldig. Lars en zijn collega maken trailers (korte filmpjes) om hen lekker te maken. “Toen ze dat gezien hadden, wilden ze direct beginnen. Ik kreeg de vraag: ‘meester, gaan we volgend jaar ook met missies werken?’ Dat vond ik heel tof om te horen; dan heb je ze echt te pakken!”

Collega’s van Lars zijn trots dat het project bij hen op school draait. Dat had even tijd nodig: “Een aantal collega’s had in eerst instantie zoiets van: ‘wat is hij nu aan het doen?’, wat ik me best kan voorstellen,” zegt Lars. “De ene collega is ontvankelijker voor verandering dan de ander; dat heb je in iedere organisatie. Maar ik heb nu duidelijk een aantal pioniers gevonden die het samen met mij voortzetten. Het is niet meer ‘ik ontwikkel de rest voert uit’, het is samen.”

Begeleiding vanuit het LOF

Lars omschrijft het LOF als ambitieus, gastvrij en opbouwend kritisch. “Er wordt wel wat van je verwacht en dat is ook terecht want het gaat om geoormerkt geld. Het zou kunnen dat je daardoor druk ervaart maar dat heb ik niet zo ervaren. Ik heb juist het gevoel gehad dat ik met mijn duidelijke doelen en plannen aan de slag kon, maar er was ook ruimte om te freewheelen. Daaruit ontstaan nieuwe kansen. Dat vind ik heel fijn aan LOF. En in die zin is het ook weer laagdrempelig.”

Lars is erg tevreden over de hulp die hij van LOF-coach Kyra Doek kreeg. Ze hadden regelmatig contact. “We spraken bijvoorbeeld over hoe je iets duurzaams neerzet in een organisatie,” aldus Lars. “En hoe om te gaan met weerstand; misschien is er een goede reden waarom iemand iets niet ziet zitten. Over dat soort dingen hebben we goed kunnen sparren, dat vond ik heel prettig en daar heb ik veel aan gehad.”

De LOF-labs heeft Lars als zeer zinvol ervaren: “De labs zijn heterogeen samengesteld. Het is heel prettig om ‘soortgenoten’ te spreken en te zien wat er goed gaat, welke hobbels zij tegenkomen en wat de succesfactoren zijn; die neem je ook mee naar je eigen praktijk.”

“Het gaat om de machine”

Het LOF-initiatief is al boven het maaiveld uitgekomen met een artikel op Leraar24 en een nominatie voor de NRO-verbindingsprijs 2017. Ook heeft Lars zijn project gepresenteerd op de Pabo van Heerlen, een aantal scholen en op een symposium van zijn bestuur. Missie naar Mars begint uit de school te groeien. Het gaat Lars echter om de werkwijze, niet om het thema: “Ga naar een andere planeet, of blijf op aarde. Het gaat om de machine die eronder draait, het gaat om verbinden en kinderen een onderzoekende en ontwerpende houding leren aannemen”.

Het doel is om volgende schooljaar nieuwe missies uit te gaan voeren; drie stuks in de bovenbouw. Lars en zijn collega’s zijn al volop bezig deze voor te bereiden. Voor Lars is het nu ook de kunst van het loslaten: “Ik heb de onderwerpen voor nieuwe missies niet ingebracht, die kwamen van collega’s. Dat is belangrijk want als anderen hun eigen draai aan de missies kunnen geven, adopteren ze het concept ook écht. Mocht ik de school over een tijdje verlaten, dan gaan de missies door! Ik heb wel plannetjes om te focussen op midden- en bovenbouw. Misschien dat ik hier een nieuwe LOF-aanvraag voor indien. Dan kan ik het nog breder trekken en kan ik iets neerzetten wat nóg mooier is.

Meer weten over het project? Bekijk het profiel van Lars, daar kun je ook direct contact met hem opnemen.
Kijk hier voor meer over het LOF

Lees ook “Zelfs de kerstboom moest wijken voor de wedstrijdbak”, een interview met Ingrid Gerrmann over haar initiatief: Ieder kind kan leren programmeren.